korte-broek

Ik zag … een korte broek.

En zuchtte zacht. De korte broek was van mijn jongste telg, zijn negenjarige beentjes staken er iel onder uit. Na weken vol heerlijk zomerweer en een lange Indian Summer, was het nu, begin oktober, een stuk frisser aan het worden. ‘s Ochtends op de fiets tekende zich op de thermometer een magere vier graden af. Een hoop mensen hadden hun winterjas al weer aan of droegen handschoenen bij hun ‘in-between’ jasje. Maar mijn zoon niet. Die weigerde om een lange broek aan te trekken en wilde niet eens een zomerjas aan.

Dit was niet voor de eerste keer, dat we met dit fenomeen te dealen hadden. Ook afgelopen winter duurde het tot half januari, toen het vroor, voor hij een lange broek aan trok.
Het was ook toen in oktober, toen ik merkte dat ik hem niet meer kon en wilde dwingen om iets langs en warms aan wilde te trekken. Het leek mij het handigste als hij dat uit zichzelf deed, hij was dat echter in de verste verte niet van plan.
Eva Bronsveld adviseerde tijdens een workshop om het gewoon te laten. ‘Er is nog nooit iemand ziek geworden van het koud hebben. Hij trekt ‘m vanzelf aan als hij het koud heeft.’ Lastig vond ik dat, zeker omdat hij een half jaar daarvoor twee zware virussen achter elkaar had gehad, daardoor 5 kilo was afgevallen (wat een hoop is als je 26 weegt), twee keer in het ziekenhuis was geweest en een poos nodig had om weer een beetje fris en fruitig te worden.
Ik wilde echter graag vertrouwen op de wijsheid van mijn kind: van een gezonde en intelligente jongen van (toen) acht mag je best verwachten dat hij een broek aantrekt als hij het koud heeft. Ik liet hem maar en zag het met lede ogen toe.
De maanden daarna kwam ik van alles tegen. Moeders die bij het naar school fietsen nét binnen gehoorsafstand zeiden: ‘Dat doe je toch niet, je kind met dit weer een korte broek laten aantrekken.’ Moeders die op het schoolplein zeiden: ‘Ik vind het zo gaaf dat hij dat doet, mijn man liep als kind ook de hele winter gewoon in korte broek.’
Ik kwam mezelf tegen: aan de ene kant wilde ik er helemaal niet mee bezig zijn en hem lekker zijn ding laten doen, aan de andere kant wilde het moederdier in mij niets liever dan mijn kind warm en comfortabel houden. Uiteindelijk liep hij begin dit jaar van januari tot en met maart in lange joggingbroeken, toen het even kon trok hij de shorts weer uit de kast.

Tot voor kort had ik er niet eens meer aan gedacht. Tot het dus de afgelopen week zo fris werd. En ik stiekem zuchtte. Want mennn, wat wilde ik graag dat hij een lange broek aan trok. En mennn, wat wilde hij dat niet graag. Vanmorgen zei een moeder (steeds moeders hé ;)) dat ze het zo knap vond, dat ik het los kon laten en hem daar zijn eigen keuzes in kon laten maken. Dat sterkte me. Dus we gaan er weer voor dit jaar.

Lieve zoon van me, trek jij gewoon lekker elke dag je korte broek aan. Je weet waar de lekkerste en meest zachte broeken ooit op je te liggen wachten, mocht je er toch eens eentje aan willen. Ik slik al mijn woorden en zuchtjes in zodat jij fijn zelf kan ondervinden wat voor jou oké is. Ook zal ik niet meer achter mijn oren krabben als ik je naar buiten zie gaan met muts op, handschoenen aan én blote onderbenen. Maar ehhhh … dat hemd onder je t-shirt, dat je vandaag onder zachte dwang dan wel aantrok … dat houden we voorlopig even aan schat ;-)

Helmar Niemeijer • 11 oktober 2016


Previous Post

Next Post